15-03-07

Reispasjes

Net als crashtest mommy een tijdje geleden, heb ik gisteren de efficiëntie en klantvriendelijkheid van een administratie aan den lijve mogen ondervinden. Lees, en erger u.

 

Over een 3-tal weken vertrekken we op reis naar Frankrijk, en volgens mijn peergroup had ik dan een identiteitsbewijsje voor de kindjes nodig. Ik zou daar gisteren dus om gaan, en ineens ook nieuwe boeken in de bibliotheek gaan halen.

 

Voor mijn vertrek richting stad, zaait de echtgenoot van vriendin A. nog even verwarring: volgens hem heb ik die niét nodig, aangezien Frankrijk de Schengenakkoorden getekend had. Om zeker te spelen, besluit ik het dan maar eerst te gaan navragen; als het inderdaad niet nodig was, bespaart me dit tijd en geld aan de pasfoto’s. Ik met de twee mannen dus naar de dienst bevolking; het is 10 na 5 en er is geen enkele wachtende voor mij, hoera! Gezagsgetrouw als ik ben, neem ik toch maar een volgnummer: 462. Op het scherm zie ik dat nummer 461 aan de beurt is bij loket 9. Achter loket 9 zit een beambte verveeld voor zich uit te kijken, maar er is geen cliënt te zien. Hm, misschien is die vlug even naar het toilet of iets gaan halen of zo, ik besluit om nog eventjes te wachten. Ik zorg er wel voor dat ik goed in het zicht sta, wat eigenlijk niet echt nodig is met mijn jongens erbij. Na een tijdje draait mevrouw nr. 9 zich om en begint in de gouden gids te bladeren. Ik trek dan toch maar mijn stoute schoenen aan, en begeef mij richting loket om te vragen of ik niet aan de beurt ben.

Ze bekijkt me verstrooid, vraagt me mijn nummer en duwt op de bel: ‘Ja, u bent nu aan de beurt.’ Ik vraag dus of ik identiteitsbewijsjes nodig heb om met de kinderen naar Frankrijk te gaan. ‘Ja, maar u moet uw kinderen dan wel meebrengen.’ ‘Ik heb ze hier bij me’ mompel ik nogal overbodig, aangezien mijn jongens niet echt van het onopvallende soort zijn.

 

Goed, pasjes zijn dus wél nodig, op naar het shoppingcentrum aan de overkant dan maar, voor pasfoto’s. Eerst controleer ik mijn portemonnee op kleingeld: verdorie, maar om 5 euro muntstukken. Dat zou gegarandeerd te weinig zijn. Ik besluit om dan maar eerst in de krantenwinkel een Win for Life biljet te gaan kopen (je weet maar nooit) en te betalen met een biljet van 20 euro. Ik sommeer de jongens om aan de deur te blijven staan, bij de tas met bibliotheekboeken. Damn, de rij aan de kassa is vrij lang. Het schiet ook helemaal niet op. De kassajuffrouw is blijkbaar in discussie geraakt met een klant over de nieuwste Dag Allemaal: is de geafficheerde prijs van 4 euro nu voor het boekje én de dvd van Wendy en Verwanten, of voor de dvd alleen, en moet er dus voor het boekje nog bijbetaald worden? Ze komen er niet uit, een collega erbij geroepen dan maar. Die beslecht het pleit in het voordeel van de klant: het was wel degelijk 4 euro voor het boekske én de dvd, wat een koopje! ‘Oei, dan heb ik dat al de hele dag verkeerd gedaan!’, giechelt het verkoopstertje. Hoe dit spannende verhaal verder afloopt, en wat de gevolgen zijn voor de omzet van den Dag Allemaal en de carrière van het winkelmeisje, kan ik u helaas niet vertellen, want een alarmerend gehuil doet mij naar de deur spoeden, zonder Win for Life en zonder kleingeld.

‘Grote Broer heeft mij pijn gedaan!’, aldus mijn kleinste mormeltje, met biggelende tranen. ‘Niet waar, hij wou weglopen en ik heb hem tegengehouden!’, alzo mijn grootste hooligan. Zucht.

 

Dan toch maar eerst naar het fotomachien, wie weet is het bij mirakel spotgoedkoop en zou ik er geraken met het kleingeld dat ik had. Natuurlijk was er geen mirakel: 5 euro per set van 5 fotootjes.

De Panos rechtover het apparaat wisselt geen geld. Ook in de H&M ernaast kunnen ze mij niet helpen. Dan maar willekeurige voorbijgangers beginnen lastig vallen ‘Kan u soms 5 euro wisselen?’ Het is ongelofelijk hoe weinig kleingeld de meeste mensen tegenwoordig bij zich hebben. Na enkele mislukte pogingen, denkt een oud vrouwtje dat ze mij wellicht kan helpen. Tergend traag haalt ze haar portemonnee boven, al even traag begint ze te zoeken. Intussen zie ik talloze jonge, en dus snellere mensen passeren aan wie ik het beter had gevraagd, maar elementaire beleefdheid weerhoudt mij ervan die alsnog aan te schieten. Geduldig wacht ik, tot ook het oude dametje zegt: ‘Nee, het spijt me, ik zal u niet kunnen helpen’ ‘Het geeft niet’, stoot ik nog rap uit, alvorens mij weer op andere slachtoffers te storten. Uiteindelijk had een (knappe) man het zo gegeerde kleingeld; opgelucht doe ik het gordijntje van het fotohokje, dat gelukkig nog vrij was, open. Tiens, dat machien hier neemt ook briefjes van 5 euro aan.

 

Goed, ik begin met Grote Broer. Eerst het stoeltje helemaal naar omhoog draaien. Grote Broer past nog steeds niet met zijn gezicht in het kadertje; ik zeg hem zijn rug goed recht te houden en zijn hals te strekken en te lachen, en wonder boven wonder, het resultaat is een redelijk gelukte foto weliswaar zonder hals. Dan is het de beurt aan Kleine Broer. Omdat die zeker niet in het kadertje zal passen, neem ik hem dan maar op mijn schoot, en doe verwoede pogingen om zelf toch enigszins buiten beeld te blijven. Ook hier valt de foto best wel mee: Kleine Broer staat er superkoddig op, en je ziet maar ¼ van mijn gezicht.

 

Met foto’s en kinderen terug naar de overkant dan, waar ik nog steeds de enige klant ben, hoezee! Opnieuw neem ik braaf een nummertje, deze keer word ik direct ‘gebeld’, naar loket 10 ditmaal. Ik geef de foto’s af en vraag een identiteitsbewijsje. ‘Oei, ik weet niet of die foto’s wel goed zijn hoor’, zegt de dame achter het loket. Ik word érg zenuwachtig vanbinnen (Zeg dat het niet waar is hé, voor zo’n onnozel pasje! Doe het mij niet aan om terug te gaan voor nieuwe foto’s hé!), vanbuiten blijf ik echter de kalmte zelve. Mevrouw nr. 10 weet het niet goed, en gaat raad vragen aan een collega. Oef, die geeft haar zegen, de foto’s zijn okee. Dan vraagt ze: ‘Heeft u al eerder zo’n bewijsje aangevraagd?’ Eh ja, voor Grote Broer, drie jaar geleden. ‘Ah, dan moet ik dat eerst hebben.’ Oh nee, heb ik dat wel bij? Jààà, het zit in mijn rugzakje, oef oef oef.

 

Het aanmaken van de documentjes kan beginnen. Blijkbaar is dat een zeer ingewikkeld proces, want het duurt zeker 20 minuten. Mevrouw nr. 10 weet niet hoe het papier in de printer moet gestoken worden, overlegt met collega nr. 9 (die van daarjuist) welke stempels er precies allemaal op moeten, een document dat ik zou moeten ondertekenen wordt niet afgedrukt, kortom, het dúúrt en het dúúrt. Grote Broer begint zich ernstig zorgen te maken of de bibliotheek nog open zal zijn, en vraagt om de 30 seconden of het nog lang duurt. Ik vermoed dat de bib tot 18u. open is, en begin al te vrezen voor een woedebui als we zonder nieuwe boeken en dvd’s huiswaarts zullen moeten keren. Als de laatste zegeltjes en stempels aangebracht worden, en het einde dan toch echt in zicht komt, hoor ik opeens Kleine Broer: ‘Mama, ik heeft kauwgom!’ Oh nee, wat nu weer? Kleine Broer, die zich in stilte heeft bezig gehouden met onder en tussen de stoelen te kruipen, is daarbij met zijn handjes in een verse, gesjiekte sjiek beland. Bah bah bah. Ik kuis zijn vingertjes zo goed mogelijk af met een zakdoekje, neem de pasjes in ontvangst, en sleur de kindjes mee richting bibliotheek. Die gelukkig nog open is.

 

Vijftig minuten heeft het mij uiteindelijk gekost om aan identiteitsbewijsjes te geraken. En ik was de enige klant.

Kom terug, Vincent Van Quickenborne, alles is vergeten en vergeven!

 

21:27 Gepost door Virginia in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) | Tags: ergernissen, kinderen |  Facebook |

Commentaren

Aaarrggghhh. Ik haat gemeentehuizen.

Gepost door: De Huisvrouw | 16-03-07

Aaarrggghhh. Ik haat gemeentehuizen.

Gepost door: De Huisvrouw | 16-03-07

Blijkbaar. Dubbel zelfs ;-)

Gepost door: Virginia | 16-03-07

Dubbel Ik ook dubbel, maar dan van 't lachen. Een grappig verhaal.

Gepost door: De Maffe | 19-03-07

De commentaren zijn gesloten.