27-01-07

Waarom?

 

Kleine Broer heeft zo zijn lievelingsverhaaltjes voor het slapen gaan. Eén ervan is 'Dikkie Dik en de goudvissen', en het voorlezen gebeurt altijd volgens hetzelfde stramien:

 

In de vijver zwemmen goudvissen.

-         Mama, die ene goudvis lacht.

-         Ja.

-         Waarom?

-         Omdat hij blij is, omdat hij plezier heeft.

-         Waarom heeft hij plezier?

-         Omdat hij aan het zwemmen en het spelen is.

-         Waarom is hij aan het spelen?

-         Omdat hij dat leuk vindt.

Wat zijn ze mooi van kleur: helemaal oranje, net als Dikkie Dik.

-         Maar hun kop en hun staart is niet oranje, alleen hun buik!

-         Ja.

Maar Dikkie Dik heeft een heel stout plannetje. Hij wil zo’n goudvis pakken en opeten!

-         Waarom?

-         Omdat hij dat lekker vindt.

-         Waarom vindt hij dat lekker?

-         Poezen lusten graag vissen.

Voorzichtig klimt hij op de tak die boven het water hangt. De goudvissen hebben nog helemaal niets in de gaten.

De tak buigt langzaam door.

-         Hij moet beter op een dikke tak kruipen!

-         Ja.

’t Is een heel klein dun takje en Dikkie Dik is een grote dikke kater en dus…:

-         Oeps!

Oeps…Ik val…Help!

PLONS…daar ligt Dikkie Dik in het water. De goudvissen schrikken zich een ongeluk.

-         Waarom?

-         Omdat ze bang zijn van Dikkie Dik.

-         Waarom zijn ze bang?

-         Omdat hij ze wil opeten.

Wat gebeurt er allemaal?

-         Ze zwemmen alle kanten op!

Ze zwemmen alle kanten op.

Gelukkig kan Dikkie Dik zich aan een dun takje vasthouden en weer op het droge klauteren.

-         En waar is de andere goudvis?

-         Ik weet het niet.

-         Die zwemt onder water!

En wat ziet hij daar…?

-         Een goudvis!

Een goudvis! Die is van schrik uit het water gesprongen.

Zo heeft Dikkie Dik toch een vis gevangen!

-         Waarom?

-         Om op te eten.

-         Waarom?

-         Omdat poezen vissen lusten.

-         Maar ze lusten ook soms vogeltjes!

 

Een echte wijsneus, onze Kleine Broer...

21:12 Gepost door Virginia in Liefde | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kinderen, lezen |  Facebook |

26-01-07

Balsem

Een rotdag op het werk.

Het gevoel krijgen dat men je niet vertrouwt, respecteert, je niet au sérieux neemt.

Het gevoel hebben dat je niets goed kan doen.

Eerst heel kwaad worden, en daarna zwelgen in zelfmedelijden.

Je laatste restje motivatie ook kwijt zijn, en dus niets nuttigs meer doen de rest van de dag.

De uren en minuten aftellen naar het weekend.

 

En dan thuiskomen.

Twee enthousiaste kinderstemmetjes rennen je tegemoet ‘Mama, mama!!’.

Vier warme armpjes die je om ter eerst willen omhelzen. ‘Mama, wil je ravioli of worstenbroodjes?!’

 

Zo heerlijk kan thuiskomen zijn.

 

21:09 Gepost door Virginia in Liefde | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kinderen, werk |  Facebook |

23-01-07

Versje

Er was eens een dino heel groot en heel groen

Die vroeg aan een muisje: Toe, geef me een zoen!

Nee, zei het muisje, dat doe ik niet                       

Nu huilt de dino een zee van verdriet.

Dit versje heeft Kleine Broer op school geleerd, en hij zegt het allerschattigst op, zwaaiend met zijn vingertje bij "Nee, dat doe ik niet". Daarna vraagt hij telkens: "Waarom wil het muisje geen zoentje geven?" Om dan zelf maar meteen het antwoord te geven: "Omdat hij bang is van de dino!".

Zucht, zo lief.

 

23:45 Gepost door Virginia in Liefde | Permalink | Commentaren (2) | Tags: kinderen, poezie |  Facebook |

06-01-07

Moeders

     ' Ik weet nog niet waarheen het leven mij zal leiden,       maar van mijn moeders beeld zal niemand mij ooit scheiden.'

Ik heb er een en ik ben er een: een moeder. Ik ben een dochter maar ik heb enkel zonen.

Naar het schijnt is de verhouding moeder-dochter de hechtste maar tegelijk ook de gecompliceerdste van alle gezinsrelaties, moeilijker dan vader-dochter, moeder-zoon en vader-zoon. Deborah Tannen heeft een heel boek gewijd aan de relatie en communicatie tussen moeders en dochters: Trek je dat écht aan? Een veelzeggende titel.

Moeders kunnen hun (volwassen) dochters soms tot wanhoop drijven, dat zullen weinig vrouwen betwisten. Onschuldige opmerkingen als "Zal ik je eens meenemen naar mijn kapper?", "Eet je wel gezond?", "Die dochter van Josiane, die weet zich toch altijd goed te kleden." kunnen ons toch zo gemakkelijk de boom injagen. Ze doen ons denken dat we falen, dat we niet voldoen aan haar hoge standaarden, dat we in haar ogen niet capabel zijn en ons leven niet onder controle hebben. En net omdát ze van onze moeder komen, komen ze dubbel zo hard aan. We willen het soms niet toegeven, aan anderen of aan onszelf, maar de mening van onze moeder is eigenlijk héél erg belangrijk voor ons. We willen dat ze vindt dat we goed bezig zijn, dat we "in control" zijn, dat we het aankunnen. We willen haar goedkeuring kortom. Onze moeder als maatstaf van de wereld.

Onze moeders van hun kant willen en kunnen hun eerste neiging niet onderdrukken, namelijk ons beschermen en goede raad geven. Het is voor hen moeilijk te bevatten dat hun zorgzaamheid het zelfvertrouwen van hun dochters kan ondermijnen en vaak overkomt als kritiek. Ze bedoelen het immers toch goed?

Ja, ze bedoelen het goed, en als dochter is het belangrijk daaraan te denken als je weer eens te horen krijgt: "Trek je buik in" of "Waarom kleed je je niet eens wat vrouwelijker".

Moeders, ze hebben het niet altijd gemakkelijk. En hun dochters ook niet.

 

Deborah Tannen, Trek je dat écht aan. Hoe moeders en dochters met elkaar praten.

P.S.: Bij het nakijken van mijn boekenkast, ontdekte ik ook nog de volgende lectuur: Dochters en Moeders. Een nuttige handleiding voor het begrijpen van deze ingewikkelde relatie (Jean Woollard), en Dochters en Moeders. Over een nieuw en inspirerend verbond (E. Debold, M. Wilson en I. Malavé). Voorwaar een thema dat mij bezighoudt.

 

22:17 Gepost door Virginia in Liefde | Permalink | Commentaren (0) | Tags: psychologie, familie |  Facebook |